Vanochtend zat ik op terras bij ons in de club met een jongen te praten die ik een paar weken hiervoor heb leren kennen. Hij heeft een bedrijfsongeval gehad. Jaren bezig met herstellen. Fysiek, maar vooral ook mentaal. Wat hem op de been houdt? Doelen stellen. Eerst kleine doelen. Weer kunnen sporten. Weer in het leven staan. Weer kunnen werken. En nu, nu dat langzaam terugkomt, komt er een andere vraag naar boven: wat wil ik eigenlijk met mijn leven? Dat gesprek bleef hangen. Omdat het niet alleen over hem ging. Het gaat ook over mij.
Na mijn eigen auto-ongeluk moest ik ook opnieuw beginnen. Revalideren, langzaam naar weer buiten. Weer werken, opnieuw ontdekken wat wel en niet kon. En misschien nog wel confronterender: keuzes maken. Want ineens was het niet meer vanzelfsprekend dat alles kon. Het was of werken, of leven. En ergens daartussen heb ik mijn weg gevonden. Zeker niet perfect. Maar wel een leven waar ik, achteraf gezien, heel tevreden mee ben. Mijn perfecte imperfecte leven.
Wat me daarbij hielp? Doelen. Maar niet op de manier waarop we ze vaak bedoelen.
Wat zijn doelen eigenlijk?
Als je het woord ‘doelen’ hoort, denken de meeste mensen aan iets concreets. Afvallen. Spiermassa opbouwen. Een nieuwe baan. Een leuke relatie. Meer geld verdienen. Dikke vakanties. Meetbaar. Tastbaar. Af te vinken. En dat werkt. Tot op zekere hoogte. In onze sportschool zien we dat dagelijks. Iemand die begint met trainen en zegt: “Ik wil 10 kilo afvallen.” Dat is duidelijk. Richting. Structuur. Focus. Of “Ik wil 5 kilo meer spiermassa”. Maar als je iets langer doorvraagt, merk je dat dat doel zelden het echte doel is. Die kilo’s zijn geen doel. Het is een middel. Onder dat doel zit bijna altijd iets anders: meer zelfvertrouwen, meer energie, minder pijn, gezien worden, ergens bij horen, rust in je hoofd. En daar wordt het interessant.
De laag onder je doelen
In de psychologie wordt vaak onderscheid gemaakt tussen extrinsieke en intrinsieke motivatie. Extrinsiek is wat je van buitenaf ziet. Het resultaat. Het lichaam. De prestatie. De erkenning. Intrinsiek is wat er van binnen gebeurt. Zingeving. Plezier. Groei. Verbinding.
Onderzoek laat keer op keer zien dat mensen die handelen vanuit intrinsieke motivatie het langer volhouden, meer voldoening ervaren en minder afhankelijk zijn van externe bevestiging. Oftewel: een doel dat van binnen klopt, houdt langer stand dan een doel dat van buiten komt. En toch stellen we vaak doelen alsof ze alleen maar van buitenaf komen. Misschien omdat dat makkelijker is. Meetbaarder. Controleerbaarder.
En controle… daar herken ik mezelf wel in. Jarenlang was controle voor mij een manier om grip te houden. Als je 25 jaar probeert niet op te vallen, leer je al snel dat controle veilig maar vooral noodzakelijk voelt. Duidelijk. Overzichtelijk. Geen verrassingen. Tot het moment dat het leven zich daar niets meer van aantrekt. En dan kan je niet meer anders omdat er een urgentie in het leven zit.
Wanneer doelen je niet meer helpen
Na mijn eigen ongeluk kwam er een moment waarop doelen stellen ineens niet meer zo vanzelfsprekend voelde. Want wat als je lichaam niet meewerkt? Wat als energie geen gegeven meer is, maar iets waar je dagelijks rekening mee moet houden? Dan veranderen je doelen. Of misschien beter gezegd: dan word je gedwongen om opnieuw te kijken naar wat een doel eigenlijk is. Ik kon niet meer alles doen. Dus moest ik kiezen. En dat moet hij nu ook.
En dat is misschien wel het meest onderschatte onderdeel van doelen stellen: het is niet alleen bepalen wat je wél doet, maar vooral ook wat je níet meer doet. Dat maakt doelen stellen confronterend. Want het dwingt je om eerlijk te zijn. Wat vind ik echt belangrijk? Waar wil ik mijn energie aan besteden? Wat laat ik los?
Ikigai
In ons gesprek kwam hij met het begrip Ikigai. Een Japans concept dat vaak wordt uitgelegd als “datgene waarvoor je ’s ochtends je bed uitkomt”. Hij is hier bewust mee bezig omdat hij uiteindelijk weer aan het werk wil en hierbij een betekenisvolle invulling zoekt. Van zowel die baan als zijn leven. En als je dit model zou loslaten op die carrière, dan zou je Ikigai kunnen beschouwen als een soort kruispunt van vier vragen: waar ben je goed in, wat vind je leuk, waar heeft de wereld behoefte aan en waar kun je geld mee verdienen. Klinkt mooi. En dat is het ook.
Maar als je er wat nauwkeuriger naar kijkt, is het ook behoorlijk complex. Want hoeveel mensen kunnen op elk moment in hun leven zeggen dat al die vier elementen perfect samenvallen? En belangrijker nog: moet dat?
In de Japanse cultuur is Ikigai vaak klein en subtiel. Het zit niet per se in één groot levensdoel, maar juist in kleine dagelijkse dingen. Een wandeling. Werk dat voldoening geeft. Zorg voor anderen. Ritme. Betekenis in het alledaagse. Misschien is dat waar wij het soms verkeerd begrijpen. We maken er een groot, allesomvattend doel van. Terwijl het misschien juist zit in hoe je je leven inricht, dag voor dag. Dit gesprek bijvoorbeeld is een mooi voorbeeld van mijn Ikigai. Al kom ik daar pas achter terwijl ik dit schrijf. Bedankt daarvoor als je dit leest.
De paradox van doelen stellen
Hier ontstaat een interessante paradox. Aan de ene kant heb je doelen nodig. Ze geven richting. Zonder richting is het lastig om keuzes te maken. Aan de andere kant kan een te sterke focus op doelen juist zorgen voor onrust. Omdat je altijd bezig bent met wat er nog niet is. Dat zie je ook in de sport. Mensen die alleen maar trainen voor een einddoel, raken vaak gefrustreerd als het resultaat uitblijft. Terwijl mensen die leren genieten van het proces, veel stabieler blijven.
In de gedragspsychologie noemen we dat ook wel het verschil tussen doelgericht gedrag en procesgericht gedrag. Doelgericht gedrag is gericht op de uitkomst. Procesgericht gedrag is gericht op wat je dagelijks doet. En juist dat laatste blijkt in de praktijk veel krachtiger.
Hoe ontdek je wat voor jou belangrijk is?
Dit is het punt waar het vaak abstract wordt. Want hoe kom je er dan achter wat je écht wilt? Het antwoord is minder ingewikkeld dan we denken, maar vraagt wel iets van je. Geen snelle oplossing. Geen checklist. Maar aandacht. De vraag is niet: wat is mijn doel? De vraag is: wanneer voel ik dat iets klopt? Dat kan in kleine momenten zitten. Tijdens een training. In een gesprek. Op werk. Thuis. Wanneer voel je energie? Wanneer voel je rust? Wanneer voel je dat je ergens volledig in opgaat? Dat zijn signalen. Doelen die daarbij aansluiten, voelen anders. Minder geforceerd. Minder zwaar.
En andersom: wanneer kost iets je structureel energie? Wanneer stel je dingen uit? Wanneer voelt iets als moeten? Dat zijn ook signalen. Ook hier kan je natuurlijk doelen aan koppelen maar die gaan je veel energie kosten. Vraag je hier vooral bij af of deze doelen te maken hebben met extrinsieke of intrinsieke motivatie. Je zal verbaast zijn over dit inzicht.
Realistische doelen die werken
Als je dat helder hebt, wordt het concreet maken van doelen ineens een stuk eenvoudiger. Niet door ze alleen maar meetbaar te maken, maar door ze te koppelen aan je leven zoals het nu is.
Niet: “Ik ga vijf keer per week trainen.”
Maar: “Ik wil mij fitter voelen en daarom plan ik momenten in die haalbaar zijn.”
Niet: “Ik wil 10 kilo afvallen.”
Maar: “Ik wil beter voor mijn lichaam zorgen en ga mijn voeding stap voor stap aanpassen.”
Het verschil zit niet in de formulering, maar in de intentie. En misschien nog wel belangrijker: ruimte laten voor verandering. Want doelen veranderen voortdurend. Jij verandert voortdurend. Je omstandigheden veranderen. Dat is geen falen. Dat is leven.
Wanneer geen doel hebben ook oké is
Er is nog iets wat we vaak vergeten. Niet alles in het leven hoeft een doel te hebben. Soms is bewegen gewoon bewegen. Soms is een gesprek gewoon een gesprek. Soms is een dag gewoon een dag. In een wereld waarin alles efficiënt en doelgericht moet zijn, is dat misschien wel het lastigste om te accepteren. Maar ook het meest waardevolle. Want juist in die momenten ontstaat vaak de ruimte om te voelen wat er echt toe doet.
Tot slot
Het gesprek met hem ging dus uiteindelijk niet zozeer over doelen. Het ging over betekenis. Over opnieuw beginnen. Over keuzes maken. Over accepteren wat er is en tegelijkertijd blijven zoeken naar wat kan. En misschien is dat wel de kern. Doelen zijn geen eindpunt. Ze zijn een hulpmiddel om richting te geven aan een leven dat altijd in beweging is. En soms is het doel niet om ergens te komen. Maar om beter te begrijpen waar je al bent.
Succes!