15 - 06 - 2026 | Coaching

Door: Maikel

Het is maandagmiddag terwijl ik dit schrijf. Ik vind mijn werk hartstikke leuk, maar toch merk ik dat ik op maandag vaak wat moeite heb om op gang te komen. In het weekend probeer ik bewust te ontspannen. Niet omdat ik lui ben, maar omdat ik inmiddels weet dat rust net zo belangrijk is als inspanning. Alles draait uiteindelijk om balans.

Vanmorgen begon zoals zoveel maandagen. Eerst de mailbox, vervolgens een rondje door de club, een paar gesprekken met collega’s en leden. Rond een uur of één zat ik achter mijn computer en dacht ik: ik moet straks nog trainen. Dat woordje “moeten” is interessant. Want eigenlijk moet ik helemaal niets. Ik mag trainen. Ik ben gezond genoeg om te trainen. Ik heb de mogelijkheid om te trainen. En belangrijker nog: ik weet uit ervaring dat ik me na een training bijna altijd beter voel dan ervoor.

Toch voelde ik me moe. Ik had niet geweldig geslapen. Er was een wijntje geweest de avond ervoor. Ik voelde me niet uitgerust en eerlijk gezegd had ik op dat moment meer behoefte aan een stoel dan aan een fitnessruimte. Maar om twee uur stond ik toch op de crosstrainer. En een uur later voelde ik me compleet anders. Meer energie. Meer focus. Minder stress. Meer zin om aan het werk te gaan.

Dat roept een interessante vraag op. Hoe kan iets wat energie kost, uiteindelijk juist energie opleveren?

Het vreemde van energie

Als je logisch nadenkt, lijkt sporten een slechte manier om energie te besparen. Je beweegt spieren. Je hartslag stijgt. Je verbrandt calorieën. Je lichaam moet harder werken. Toch ervaren miljoenen mensen wereldwijd hetzelfde verschijnsel: na het sporten voelen ze zich energieker dan daarvoor. Dat is geen gevoel. Dat is biologie. Ons lichaam is namelijk gemaakt om te bewegen. Niet om de hele dag stil te zitten achter een bureau, op de bank of in de auto.

Wanneer je langere tijd weinig beweegt, gaat je lichaam in een soort energiebesparende stand. Je bloedsomloop wordt minder actief, je spieren doen minder werk en je hersenen krijgen minder prikkels. Het gevolg is dat je je vaak juist slomer gaat voelen. Beweging zet het systeem weer aan. Vergelijk het met een auto die een tijd heeft stilgestaan. Die rijdt niet beter van nog langer stilstaan. Soms moet de motor gewoon even draaien.

Wat gebeurt er tijdens een training?

Toen ik vanmiddag op de crosstrainer stapte, gebeurde er van alles in mijn lichaam. Mijn hart begon harder te pompen. Daardoor werd er meer zuurstof naar mijn spieren en hersenen gebracht. De doorbloeding nam toe. Mijn lichaam maakte verschillende stoffen aan die invloed hebben op mijn humeur, motivatie en concentratie.

Veel mensen kennen dopamine als het zogenaamde gelukshormoon, maar eigenlijk is het vooral een stof die betrokken is bij motivatie en beloning. Tijdens het sporten stijgt de beschikbaarheid van dopamine. Hetzelfde geldt voor serotonine, een stof die invloed heeft op stemming en welzijn.

Daarnaast komen er endorfines vrij. Dat zijn natuurlijke stoffen die pijnprikkels kunnen verminderen en een gevoel van ontspanning kunnen geven. Het resultaat is dat je je vaak al tijdens een training beter begint te voelen. Dat betekent overigens niet dat iedere training geweldig voelt. Ook ik heb trainingen waarbij ik na tien minuten nog steeds denk: waar ben ik aan begonnen? Maar opvallend vaak draait dat gevoel ergens halverwege om.

Waarom voelen sporters zich vaak energieker dan niet-sporters?

Hier wordt het nog interessanter. Er bestaat namelijk een verschil tussen acute energie en structurele energie. Acute energie is het effect dat je direct na een training ervaart. Je bent wakkerder, scherper en hebt meer focus. Structurele energie ontstaat doordat je jarenlang blijft bewegen. Ik ben inmiddels 53 jaar en sport sinds mijn achttiende. Dat betekent dat ik al meer dan drie decennia train. Niet altijd perfect. Niet altijd even fanatiek. Maar wel consequent. Door jarenlang te bewegen verandert je lichaam letterlijk.

Je hart wordt sterker. Je bloedvaten worden efficiënter. Je longen werken beter samen met je spieren. En misschien wel het belangrijkste: het aantal mitochondriën neemt toe. Mitochondriën worden vaak de energiecentrales van je cellen genoemd. Zij zetten voedingsstoffen en zuurstof om in bruikbare energie. Hoe beter ontwikkeld dit systeem is, hoe efficiënter jouw lichaam energie kan produceren. Dat betekent dat iemand met een goede conditie vaak minder energie hoeft te gebruiken voor dezelfde dagelijkse activiteiten.

Traplopen kost minder moeite. Een wandeling kost minder moeite. Een drukke werkdag kost minder moeite. Je beschikt als het ware over een grotere energiereserve. Dat is ook de reden waarom mensen die structureel bewegen vaak meer energie ervaren dan mensen die nauwelijks sporten. Niet ondanks het sporten, maar juist dankzij het sporten.

Luisteren naar je lichaam is soms ingewikkeld

Een van de lastigste onderwerpen binnen sport en vitaliteit blijft luisteren naar je lichaam. Want wat zegt je lichaam eigenlijk als je moe bent? Moet je rust nemen? Of moet je juist bewegen?  Ik merk dat zelf ook regelmatig.

Vanmiddag voelde mijn lichaam zich moe. Als ik puur naar dat gevoel had geluisterd, was ik misschien niet gaan trainen. Maar ik ken mezelf inmiddels goed genoeg om te weten dat er verschil bestaat tussen vermoeidheid en herstelbehoefte. Soms ben je echt vermoeid. Dan heb je meerdere dagen zwaar getraind, slecht geslapen of ben je ziek aan het worden. Dan is rust vaak de juiste keuze. Maar soms ben je vooral inactief moe. Je hebt veel gezeten. Veel gedacht. Veel gewerkt. En weinig bewogen.

In dat geval kan beweging juist de oplossing zijn voor het gebrek aan energie. Dat onderscheid leer je alleen door ervaring.

Waarom koffie niet hetzelfde doet als sporten

Veel mensen lossen een energiedip op met koffie. Daar is op zichzelf niets mis mee. Ik drink zelf ook graag koffie.  Maar koffie geeft vooral een tijdelijk effect.Cafeïne blokkeert bepaalde signalen van vermoeidheid in de hersenen waardoor je je tijdelijk alerter voelt. Sport werkt anders.

Sport onderdrukt vermoeidheid niet. Sport activeert systemen die daadwerkelijk zorgen voor meer doorbloeding, betere stofwisseling, een hogere energieproductie en een betere hormonale respons. Het ene geeft een tijdelijke stimulans. Het andere maakt het systeem sterker. Dat verschil is belangrijk.

Energie ontstaat door bewegen

Wat mij na al die jaren sporten misschien nog wel het meest fascineert, is dat het menselijk lichaam vaak precies het tegenovergestelde doet van wat je verwacht. We denken dat we energie moeten sparen door minder te bewegen. Maar juist bewegen zorgt ervoor dat we meer energie krijgen. Dat merkte ik vandaag opnieuw.

Om één uur zat ik achter mijn computer en voelde ik me moe. Om twee uur begon ik aan mijn training. Een uur later voelde ik me scherper, productiever en energieker dan daarvoor. Niet omdat ik extra had geslapen. Niet omdat ik meer koffie had gedronken. Niet omdat mijn werk minder druk was geworden. Maar simpelweg omdat ik was gaan bewegen. Misschien is dat wel de belangrijkste boodschap van deze blog. Je hoeft niet altijd energie te hebben om te gaan sporten. Heel vaak ontstaat die energie juist doordat je gaat sporten.

Soms moet je lichaam uitrusten. Maar soms heeft het precies het tegenovergestelde nodig. Dan heeft het beweging nodig. En hoe tegenstrijdig dat ook klinkt: energie ontstaat vaak niet door stilzitten, maar door in beweging te komen.

Succes!