08 - 10 - 2025 | Voeding

Door: Maikel

Ik heb van die fases in mijn leven dat ik opeens iets helemaal anders ga doen, zonder dat ik het echt doorheb. Nu ook weer na mijn verhuizing. Nieuwe plek, nieuwe keuken, nieuw uitzicht en blijkbaar ook een nieuwe routine. Waar ik eerder maandenlang weinig tot niets dronk, staat er opeens een fles wijn op mijn aanrecht. Even gezellig een glaasje bij het koken. 7 dagen per week. En opeens dacht ik: “Wat is eigenlijk het effect van alcohol op mijn lijf?” En dan heb ik het nog niet eens over mijn gezondheid, want eerlijk is eerlijk: ik train ook echt wel om er strak bij te lopen. En zo werkt dat bij mensen. We zoeken graag de geruststelling dat iets wat we lekker vinden, stiekem ook gezond is. Dus typte ik in Google:

Is een glas wijn per dag gezond?

En jawel, daar was het internet met precies wat ik hoopte te lezen: “Rode wijn bevat antioxidanten”, “Wijn is goed voor de bloedsomloop”, “De Fransen drinken het ook elke dag en die leven langer.” Ha! Opgelucht leunde ik achterover. Dan is dat glaasje bij het koken dus eigenlijk een vorm van zelfzorg. Maar toen kwam de sporter in mij weer aan het woord. Want wat doet alcohol eigenlijk met je lichaam als je sport? Verbrand je het net als koolhydraten of vetten? Of gooit het juist roet in het eten?

Alcohol en stofwisseling

Laten we eerlijk zijn: alcohol is een rare gast in het metabolisme. Je lichaam ziet het niet als voeding, maar als een stof die zo snel mogelijk moet worden afgebroken. Zodra je drinkt, gaat je lever in crisisstand: Eerst deze alcohol opruimen, dan pas verder met vetverbranding, spierherstel en andere zaken. Dat betekent concreet: zolang je lichaam alcohol aan het afbreken is, ligt de vetverbranding stil. En dat kan uren duren. Zelfs al na één glas. Dus als je denkt “ik sport morgen wel wat extra om het goed te maken”, is dat deels een illusie: je vetverbranding is tijdelijk letterlijk uitgezet.

Daarnaast heeft alcohol invloed op je hormoonhuishouding. Het remt de aanmaak van testosteron en groeihormoon, twee belangrijke spelers bij spiergroei en herstel. Combineer dat met een slechtere slaapkwaliteit (want je slaapt sneller, maar oppervlakkiger), en je herstelt trager van je training. Kortom: het is niet alleen een kwestie van calorieën. Het is ook een kwestie van biologische prioriteiten. En de lever kiest niet voor je spieren.

Over calorieën en vloeibare verleiding

Toch zijn die calorieën ook niet mals. Een glas wijn bevat gemiddeld 120 kilocalorieën, een biertje zo’n 150, en een cocktail soms meer dan 250. Niet rampzalig, maar ze tellen snel op. Het verraderlijke zit hem in het feit dat het vloeibaar is: je merkt het niet. Een glas wijn vult niet zoals een maaltijd dat doet, dus je eet er vaak nog net zo veel bij. En dat maakt het een stille saboteur van je energiebalans. Daarnaast beïnvloedt alcohol je hongergevoel. Je lichaam raakt even “in de war” en maakt meer ghreline aan (het hongerhormoon). Daarom eindigen gezellige borrels vaak met tosti’s, chips en een bak Ben & Jerry’s die “ineens op was”.

Bier, wijn of gin-tonic: wat maakt het uit?

Ja, er is verschil. Bier bevat meer koolhydraten (en dus meer calorieën), wijn bevat wat minder, en sterke drank bevat bijna geen koolhydraten maar juist veel pure alcohol per slok. Het grote verschil zit niet zozeer in het drankje zelf, maar in hoeveel je ervan drinkt. Van wijn drink je meestal één of twee glazen, van bier soms drie of vier, en een gin-tonic bevat meestal ook nog frisdrank. Dus in de praktijk: wijn komt vaak iets beter uit de test, mits je het bij dat ene glas houdt.

Wat betekent dit voor je sportprestaties?

Het korte antwoord: het helpt niet. Het lange antwoord: het ligt eraan wat je bedoelt met “helpen”. Na een paar glazen merk je het vaak al de volgende dag:

  • Je slaapt korter en oppervlakkiger.
  • Je verliest meer vocht (en dus elektrolyten).
  • Je lichaam herstelt trager van inspanning.
  • Je concentratie en coördinatie zijn minder.

En dat voel je in je training. Niet per se omdat je “dronken” bent, maar omdat je lichaam simpelweg niet optimaal functioneert. Je hartslag ligt hoger, je spieren voelen zwaarder en je motivatie is lager. Maar: een glas wijn bij het eten, af en toe, heeft géén meetbare negatieve invloed op je sportresultaten. Het probleem zit hem dus voornamelijk in regelmaat en hoeveelheid.

De psychologie van een glas wijn

Er is echter nog een kant die we zelden benoemen: de mentale kant. Alcohol ontspant, vertraagt, maakt los. Na een drukke dag, tussen werk, sport, huishouden en alles wat “moet”, kan één glas wijn aanvoelen als een mini-vakantie. En dat is ook iets waard. Want vitaliteit is niet alleen fysiek — het is óók mentaal. Altijd “alles perfect doen” is vermoeiender dan een glaasje wijn ooit zal zijn. Soms is dat glas wijn dus niet het probleem, maar juist een teken dat je even tijd neemt voor jezelf. En dat is ook gezondheid. Al schrijf ik het alleen al om mijzelf niet te schuldig te voelen.

Over balans, niet over schuld

Wat ik vooral geleerd heb, is dat balans belangrijker is dan discipline. Je hoeft geen heilige te zijn om gezond te zijn. Eén glas wijn verpest geen spiermassa, net zoals één gezonde maaltijd je geen sixpack geeft. En als dat glas wijn je helpt om te ontspannen, te genieten en in het moment te zijn — dan draagt dat bij aan je vitaliteit. Zoals we bij Trifora vaak zeggen: gezondheid gaat niet alleen over wat je laat, maar ook over wat je leeft. Dus ja, ik blijf lekker trainen, ik blijf letten op mijn voeding, maar ik blijf ook af en toe dat glas wijn inschenken. Gewoon omdat het lekker is. En soms, heel soms, omdat ik nog steeds een klein beetje hoop dat die Fransen toch iets op het spoor zijn. Dus proost. En…

Succes!