13 - 03 - 2026 | Afvallen

Door: Maikel

Soms heb je van die momenten bij Trifora waarop alles samenkomt. Dat had ik deze week tijdens mijn eigen training. Tussen mijn eigen sets door help ik regelmatig even iemand met een oefening. Dat kan iets kleins zijn: een kleine aanpassing in houding, een andere positie van de schouders of simpelweg het tempo van een oefening iets vertragen. En iedere keer zie je hetzelfde gebeuren. Zodra iemand de oefening technisch beter uitvoert, wordt de training ineens een stuk zwaarder. Met vaak zelfs minder gewicht. Dat klinkt misschien tegenstrijdig, maar het is precies de reden waarom techniek zo belangrijk is.

In de praktijk zie je namelijk vaak dat met name mannen denken dat meer gewicht automatisch betekent dat je sneller spiergroei realiseert. In theorie zit daar een kern van waarheid in. Spieren groeien namelijk wanneer ze zwaarder worden belast dan ze gewend zijn. Dat principe noemen we progressive overload. Maar in de realiteit gebeurt er iets anders.

Zodra het gewicht te zwaar wordt, gaat de techniek achteruit. Ruggen gaan krom bij een chestfly, schouders worden opgetrokken bij een lat pulldown en bij een deadlift zie je soms meer rug dan heupen werken. De oefening wordt dan eigenlijk een soort compromis: het gewicht gaat wel omhoog, maar de spier waar de oefening voor bedoeld is, doet steeds minder van het werk. En precies daar gaat het mis.

Waarom techniek de basis is van spiergroei

Een spier groeit wanneer hij voldoende spanning krijgt, lang genoeg onder belasting staat en daarna de kans krijgt om te herstellen. Dat klinkt simpel, maar in de uitvoering zit het verschil tussen trainen en écht trainen. Wanneer je een oefening uitvoert met volledige controle, bijvoorbeeld in een tempo van drie seconden heen, één seconde vasthouden, drie seconden terug en weer één seconde vasthouden, vergroot je de zogenaamde time under tension. De spier staat dan langer onder spanning en wordt daardoor effectiever geprikkeld.

Dat betekent vaak dat je minder gewicht nodig hebt om hetzelfde – of zelfs een beter – trainingsresultaat te behalen. Sterker nog: wanneer je het tempo vertraagt, merk je vaak direct dat het gewicht dat eerst “makkelijk” voelde ineens behoorlijk zwaar wordt. Dat komt omdat je niet langer momentum gebruikt, maar de spier daadwerkelijk het werk laat doen. Dat is precies het verschil tussen gewicht verplaatsen en spieren trainen. Dat is techniek.

Minder gewicht, meer spierbelasting

Als je goed kijkt naar mensen die al jaren trainen en echt weten wat ze doen, zie je bijna altijd hetzelfde patroon. Hun bewegingen zijn gecontroleerd, rustig en technisch sterk. Ze slingeren geen gewichten, maar sturen hun spieren. Het gevolg daarvan is dat ze vaak met minder gewicht trainen dan je misschien zou verwachten, maar wel veel meer spieractivatie creëren.

Een perfecte herhaling is namelijk niet alleen een kwestie van kracht, maar ook van controle. Wanneer je een beweging volledig beheerst uitvoert, activeer je precies de spiergroepen die je wilt trainen. Dat zorgt niet alleen voor betere spiergroei, maar verkleint ook de kans op blessures aanzienlijk. En dat laatste wordt vaak onderschat. Veel klachten in de sportschool ontstaan niet door het trainen zelf, maar door het trainen met een techniek die eigenlijk net niet klopt.

Het verschil tussen 6, 10 of 15 herhalingen

Naast techniek speelt ook het aantal herhalingen een rol in het trainingsresultaat. Veel trainingsschema’s werken met verschillende rep-ranges en daar zit een duidelijke reden achter. Wanneer je relatief zwaar traint en sets uitvoert van ongeveer vier tot zes herhalingen, ligt de nadruk vooral op maximale krachtontwikkeling. Het zenuwstelsel leert dan om meer spiervezels tegelijk aan te sturen.

Bij acht tot twaalf herhalingen verschuift de focus meer naar spiergroei. Dit is het gebied waarin de meeste fitnessliefhebbers trainen, omdat het een goede balans biedt tussen belasting en spierontwikkeling.

Ga je richting vijftien tot twintig herhalingen, dan train je meer op spieruithoudingsvermogen. De spier wordt minder zwaar belast, maar moet wel langer blijven werken.

In alle gevallen blijft één ding hetzelfde: de techniek bepaalt uiteindelijk het resultaat. Tien perfecte herhalingen met volledige controle leveren vaak meer spierprikkel op dan zes halve herhalingen met een gewicht dat eigenlijk te zwaar is.

Trainingsmethodes die spiergroei versterken

Wanneer de basis – techniek en tempo – goed is, kun je allerlei trainingsmethodes gebruiken om extra prikkels te creëren voor spiergroei. Denk bijvoorbeeld aan supersets, dropsets of het verkorten van rusttijden tussen oefeningen. Maar ook hier geldt weer hetzelfde principe. De methode is nooit belangrijker dan de uitvoering. Een superset met slechte techniek levert nog steeds een matige training op. Een rustige set met perfecte techniek kan daarentegen verrassend effectief zijn. De basis blijft dus altijd controle, spanning en een goede uitvoering van de beweging.

Spiergroei en je metabolisme

Een van de redenen waarom krachttraining zo belangrijk is, heeft te maken met je metabolisme. Spieren zijn namelijk actief weefsel. Dat betekent dat ze energie gebruiken, zelfs wanneer je niets doet. Hoe meer spiermassa je hebt, hoe hoger je rustmetabolisme wordt. Je lichaam verbruikt dan meer energie, ook buiten de sportschool. Dat is precies de reden waarom krachttraining zo’n belangrijke rol speelt bij afvallen, vitaliteit en gezondheid. Maar spiergroei ontstaat niet alleen door training. Daarvoor heb je ook voeding nodig.

De rol van eiwitten, koolhydraten en vetten

Spieren worden in de training geprikkeld, maar ze groeien tijdens het herstel. En voor dat herstel heeft je lichaam bouwstoffen nodig. Eiwitten leveren de aminozuren die nodig zijn om spierweefsel te herstellen en op te bouwen. Koolhydraten vullen de glycogeenvoorraden in je spieren weer aan, zodat je energie hebt voor je volgende training. En vetten spelen een belangrijke rol bij hormonale processen die weer invloed hebben op spieropbouw en herstel.

Wanneer beweging, voeding en gedrag goed op elkaar aansluiten, ontstaat er een systeem waarin het lichaam zich continu kan aanpassen en verbeteren. Dat is precies waar het in de praktijk vaak om draait: niet één perfecte training, maar een consistente combinatie van goede keuzes.

Train slimmer, niet zwaarder

Als er één boodschap is die ik mensen in de club graag meegeef, dan is het deze. De volgende keer dat je gaat trainen, probeer eens iets minder gewicht te gebruiken en volledig te focussen op techniek. Voer iedere herhaling gecontroleerd uit. Drie seconden heen, één seconde vasthouden, drie seconden terug en weer één seconde vasthouden. Je zult merken dat de oefening ineens een stuk intensiever voelt. Niet omdat het gewicht zwaarder is, maar omdat de spier daadwerkelijk het werk doet. En precies daar zit het geheim van effectieve training.

Minder doen, maar beter uitvoeren. Dat levert vaak meer resultaat op dan zoveel mogelijk gewicht proberen te verplaatsen. En kom je er een keer niet helemaal uit? Vraag dan gerust één van onze fitcoaches om even mee te kijken. Soms is één kleine aanpassing al genoeg om een oefening ineens veel effectiever te maken.

Succes!