23 - 04 - 2026 | Algemeen

Door: Maikel

Ik loop al drie weken een beetje te sukkelen. Eerst wat keelpijn, daarna hees, hoesten, beetje snotterig en vooral: moe. Zeker niet ziek genoeg om in bed te blijven, maar ook zeker niet fit genoeg om lekker te trainen.

De eerste twee weken deed ik wat veel mensen doen. Gewoon gaan. Van vier krachttrainingen per week naar twee, iets rustiger aan, beetje aanpassen en hopen dat het vanzelf overgaat. Maar deze week dacht ik: wat als ik nou eens mijn eigen adviezen opvolg? Meer rust, beter herstel. En toen kwam meteen die bekende twijfel op. Verlies ik nu niet al mijn spiermassa?

Ik hoor het dagelijks in de club. Mensen die net ziek zijn geweest, die blijven hangen in vermoeidheid of zich afvragen waarom ze er niet “doorheen” komen zoals normaal. Waar je vroeger na vier dagen weer volledig fit was, lijkt het nu weken te duren. Dus wat is nou verstandig?

Je lichaam is geen machine

We behandelen ons lichaam vaak alsof het een systeem is dat je gewoon moet blijven prikkelen. Trainen, eten, herhalen. Maar zo werkt het niet. Zeker niet als je ziek bent of aan het herstellen bent. Op het moment dat je lichaam bezig is met herstel, heeft het maar één prioriteit: beter worden. Je immuunsysteem draait overuren. Energie die normaal naar spieropbouw, kracht en prestaties gaat, wordt nu gebruikt om een virus te bestrijden of ontstekingen te remmen.

Als je in die fase toch blijft trainen, vraag je eigenlijk twee dingen tegelijk van je lichaam. Presteren én herstellen. En dat gaat in de praktijk bijna altijd ten koste van beide. Dat is precies wat ik bij mezelf merkte. Ik trainde wel, maar voelde me daarna niet beter. Eerder vermoeider. Alsof ik nét niet genoeg herstelde om echt vooruit te komen.

Wanneer train je wel en wanneer niet?

Die bekende regel van “boven de nek mag, onder de nek niet” klinkt leuk, maar werkt in de praktijk zelden. Wat bedoelen ze er mee ook? Want hoe vaak voel je je nou echt duidelijk één van de twee? De realiteit is veel grijzer. Je bent moe, je slaapt slechter, je hebt minder energie, je weerstand is lager. En dat zijn precies de signalen waar je naar moet leren luisteren. De vraag die je jezelf beter kunt stellen is: helpt deze training mijn herstel, of vertraagt het juist?

Als je na een training merkt dat je energie zakt, je klachten verergeren of je langer blijft hangen in die “half zieke” fase, dan weet je eigenlijk al genoeg. Dan is rust geen zwakte, maar precies wat je nodig hebt.

Hoe train je als je niet helemaal fit bent?

Betekent dat dan dat je helemaal niets meer mag doen? Nee, zeker niet. Maar de intentie verandert. Je traint niet meer om beter te worden, maar om in beweging te blijven. Dat is een groot verschil. In plaats van zware sets, veel volume en maximale belasting, ga je juist omlaag in intensiteit. Korter trainen, minder zwaar, meer focus op techniek of gewoon even bewegen. Denk aan een rustige sessie, wat mobiliteit, lichte krachttraining of zelfs alleen een wandeling. Het doel is dat je je na afloop beter voelt dan ervoor. Niet kapot.

Wanneer begin je weer “echt”?

Dit is misschien wel de belangrijkste vraag. Want veel mensen starten weer te vroeg. Je voelt je iets beter, de ergste klachten zijn weg, dus je denkt: gas erop. Maar je lichaam is vaak nog niet volledig hersteld. En precies daar gaat het mis. Een goed signaal is je energieniveau over de dag. Voel je je weer stabiel? Slaap je goed? Heb je weer zin om te bewegen in plaats van dat je jezelf moet meeslepen? Dan kun je rustig gaan opbouwen. Niet meteen terug naar waar je was, maar stap voor stap. Je belastbaarheid moet weer groeien. En dat kost tijd. Vaak meer dan je denkt.

Hoe zit het met spierverlies?

Dit is de angst die ik zelf ook had. En eerlijk: die is grotendeels onterecht. Spiermassa bouw je niet in een paar dagen op, en je verliest het ook niet in een paar dagen. Zelfs na één tot twee weken minder trainen blijft het grootste deel van je spiermassa gewoon behouden. Zeker als je normaal consistent traint.

Wat je vaak wél merkt, is dat je kracht iets terugloopt. Je spieren voelen minder “vol”, je prestaties zijn iets lager. Maar dat is grotendeels tijdelijk. Zodra je weer goed gaat trainen, komt dat verrassend snel terug. Je lichaam onthoudt namelijk waar je was. Wat wel belangrijk is in zo’n periode, is voeding. Zeker voldoende eiwitten blijven eten helpt om spierafbraak te beperken. En misschien nog wel belangrijker: voldoende rust en slaap. Daar gebeurt het echte herstel.

Misschien ben je niet ziek, maar gewoon moe

Wat ik zelf ook merkte, en wat ik veel hoor in de club, is dat het niet altijd duidelijk is of je echt ziek bent. Soms lijkt het meer op hooikoorts, of gewoon een periode van vermoeidheid. Meer licht, veranderend weer, stress, slechter slapen. Alles komt samen in deze tijd van het jaar. En je lichaam moet zich aanpassen. Het gevolg is dat je je nét niet fit voelt. Niet ziek, maar ook niet scherp. En juist dan is het verleidelijk om te denken dat je er doorheen moet trainen. Terwijl dat vaak precies is wat je herstel vertraagt.

Soms is niets doen het beste wat je kunt doen

Dat blijft misschien het lastigste om te accepteren. Zeker als je gewend bent om vier keer per week te trainen en progressie te maken. Maar herstel is geen stap terug. Het is onderdeel van vooruitgang. Die week (of twee) dat je minder doet, bepaalt vaak hoe snel je daarna weer op niveau bent. En of je blijft hangen in die vermoeide fase, of er juist sterker uitkomt. Ik heb deze week bewust gekozen voor meer rust. En eerlijk? Dat voelt tegenstrijdig. Maar ook logisch. Soms is de beste training die je kunt doen, even niet trainen.

Succes!