02 - 03 - 2026 | Afvallen

Door: Maikel

De laatste maanden valt mij iets steeds vaker op in de club. We hebben veel instroom van nieuwe leden in de leeftijd 40 tot 60 jaar. Stellen die samen besluiten dat het anders moet. Ze gaan gezonder eten, starten met trainen, zijn fanatiek aanwezig bij hun eerste weken. En dan gebeurt er iets wat bijna voorspelbaar is. Hij valt zichtbaar af. Broek losser, gezicht scherper, energie omhoog. Zij doet minstens zo goed haar best, maar ziet nauwelijks verschil op de weegschaal. Soms zelfs helemaal niets.

En ergens in week vier of vijf komt dat gesprek. “Hij valt als een malle af. Wat doe ik verkeerd?” Het eerlijke antwoord? Meestal niets. Het verschil zit niet in discipline. Het zit in fysiologie. En dan met name in hormonale en metabole gezondheid tijdens de menopauze.

Wat er verandert tijdens de menopauze

Rond de menopauze begint het oestrogeen te dalen. Dat is geen klein detail, maar een fundamentele verandering in het vrouwelijk lichaam. Oestrogeen speelt namelijk een grote rol in hoe je lichaam omgaat met energie. Zolang oestrogeen relatief hoog is, schakelt het lichaam makkelijker tussen glucoseverbranding en vetverbranding. Dat noemen we metabole flexibiliteit. Je lichaam kan dan efficiënt energie halen uit wat er beschikbaar is.

Wanneer oestrogeen daalt, verandert die flexibiliteit. Het lichaam wordt gevoeliger voor de invloed van insuline. En daar zie ik in de praktijk het grootste verschil ontstaan. Insuline is het hormoon dat je bloedsuiker regelt. Maar het is ook een opslaghormoon. Hoe hoger en hoe vaker je insuline stijgt, hoe groter de kans dat energie wordt opgeslagen in plaats van verbrand. Tijdens en na de menopauze zie je dat vrouwen sneller insulineresistent worden. Dat betekent dat het lichaam minder goed reageert op insuline, waardoor het moeilijker wordt om bloedsuiker stabiel te houden en vet te verbranden.

Het gevolg is herkenbaar. Meer vetopslag rond de buik, minder energie, meer schommelingen in trek, vaker cravings in de avond en een gevoel dat het lichaam “anders reageert” dan vroeger. En dat klopt ook.

Waarom mannen sneller resultaat zien

Mannen hebben een stabieler hormonaal profiel in deze levensfase. Hun testosteron daalt wel, maar geleidelijk. Ze hebben bovendien gemiddeld meer spiermassa. En spiermassa is metabool actief weefsel. Hoe meer spiermassa, hoe hoger het rustmetabolisme en hoe beter het lichaam omgaat met glucose. Combineer dat met een nieuw trainingsprogramma en iets minder eten, en het effect is vaak snel zichtbaar.

Bij vrouwen in de menopauze ligt dat anders. Door de daling van oestrogeen verschuift de vetverdeling, neemt de spiermassa sneller af en wordt het lastiger om vet als brandstof te gebruiken. Als daar ook nog minder slaap, meer stress en onregelmatige eetmomenten bij komen, zie je een perfecte voedingsbodem voor gewichtstoename ondanks serieuze inzet. Dat is geen gebrek aan wilskracht. Dat is biologie.

De rol van insuline en metabole flexibiliteit

Wat ik in gesprekken vaak uitleg, is dat het niet alleen gaat om minder eten. Het gaat om hoe je lichaam reageert op wat je eet. Wanneer insuline chronisch verhoogd is, blijft het lichaam als het ware in “opslagstand” staan. Vetverbranding wordt onderdrukt zolang insuline hoog is. En juist bij vrouwen in de menopauze zie je dat de gevoeligheid voor koolhydraten verandert. Snelle suikers zorgen eerder voor pieken en dalen in energie. Dat verklaart ook klachten als middagdips, sterke trek in zoet in de avond en het gevoel dat je na een maaltijd snel weer honger hebt.

Het goede nieuws is dat metabole flexibiliteit trainbaar is. Spieren spelen daarin een sleutelrol. Hoe sterker en actiever je spieren, hoe beter je lichaam glucose kan opnemen zonder extreme insulinepieken. En hoe makkelijker je weer kunt schakelen naar vetverbranding. Daarom is krachttraining in deze fase geen luxe. Het is noodzaak.

Wat werkt wél tijdens de menopauze

In onze praktijk zie ik dat vrouwen in deze levensfase het meeste resultaat boeken wanneer ze drie dingen combineren.

Ten eerste consequente krachttraining. Niet alleen cardio, maar gericht werken aan spiermassa. Spieren verbeteren insulinegevoeligheid, verhogen het rustmetabolisme en zorgen voor een betere lichaamssamenstelling, ook als het gewicht niet spectaculair daalt. Onze sportschool schema’s, small group trainingen en groepslessen sluiten hier goed op aan, mits technisch goed begeleid.

Ten tweede aandacht voor voeding met focus op eiwitten, vezels en stabiele bloedsuikerwaarden. Niet extreem laag in koolhydraten, maar wel bewust. In de GLI en in onze voedingstrajecten zie je dat inzicht via de Trifora app enorm helpt. Niet om obsessief te tellen, maar om patronen zichtbaar te maken.

Ten derde herstel. Rust, stressreductie en regelmaat. Want verhoogd cortisol versterkt insulineresistentie. En veel vrouwen in de menopauze slapen slechter. Dat zie je direct terug in energie, trek en trainingsresultaat.

Wanneer deze drie samenkomen, zie je iets moois gebeuren. Het gewicht daalt misschien langzamer dan bij hun partner, maar de lichaamssamenstelling verbetert wél. De buik wordt minder opgeblazen. De energie stabiliseert. De stemming wordt rustiger. En het vertrouwen komt terug.

Het ligt niet aan je discipline

Misschien is dat wel het belangrijkste om te benoemen. Als jij als vrouw in de menopauze merkt dat je anders reageert op voeding en training dan tien of twintig jaar geleden, dan klopt dat. Je lichaam is veranderd. Maar dat betekent niet dat je machteloos bent. Je moet alleen anders gaan sturen. Meer focus op spiermassa. Meer aandacht voor insuline en bloedsuiker. Minder fixatie op de weegschaal en meer op lichaamssamenstelling en krachttoename. En vooral: langere adem.

In mijn dagelijkse gesprekken in de club zie ik hoe groot het verschil kan zijn tussen frustratie en begrip. Zodra vrouwen snappen wat er fysiologisch gebeurt, verschuift het gesprek van “ik doe iets verkeerd” naar “wat kan ik slim aanpassen?” En dat is precies waar hormonale en metabole gezondheid over gaat. Niet vechten tegen je lichaam, maar leren samenwerken.

Succes!