27 - 02 - 2026 | Algemeen

Door: Maikel

Gisteren stond ik in onze sportschool iemand te laten zien wat je allemaal kunt meten in onze Trifora app. Gewicht, omtrekken, voortgang in kracht, trainingsfrequentie. Ik houd die gegevens al jaren bij. Niet alleen omdat ik zelf nieuwsgierig ben, maar ook omdat ik aan leden wil kunnen laten zien wat er gebeurt als je voeding, beweging en gedrag consequent combineert. Tot mijn eigen verbazing zag ik iets wat ik eerlijk gezegd niet had verwacht. In één jaar tijd ben ik 5,1 kilo aangekomen.

Dat zou goed nieuws moeten zijn. Ik train al jaren en heb door mijn genetische aanleg altijd moeite gehad om spiermassa aan te komen. Ik kan makkelijk redelijk droog en licht blijven, maar echt massa opbouwen kost mij moeite. Afgelopen jaar ben ik daarom mijn eigen adviezen serieuzer gaan opvolgen. Minder cardio en meer gerichte krachttraining. En vooral: meer eten. Gevarieerder eten en bewuster eten. En nu stond daar dus +5,1 kilo. Oef…

Mijn bovenarmen zijn een centimeter gegroeid. Mijn borst twee centimeter. Mijn benen twee centimeter. Maar mijn tailleomtrek is ook vier centimeter groter geworden. En precies daar gebeurde er iets in mijn hoofd. Want hoewel mijn ratio zegt dat dit logisch en zelfs wenselijk is, kijkt mijn slechte bril altijd eerst naar mijn taille. Wat in beginsel natuurlijk gewoon een vriendelijk woord is voor buik.

Wat gebeurt er als je anders gaat trainen?

Vorig jaar rond deze tijd deed ik veel cardio. Veel HIIT. Veel dropsets. Veel supersets. Dat leverde een slanke, droge fysiek op. Strak, maar ook wat smaller. Dat vond ik niet per se het mooiste beeld, maar het voelde “veilig”. Licht zijn voelt voor veel sporters als controle. Toen ik besloot om meer spiermassa te willen opbouwen, moest ik twee dingen aanpassen. Mijn trainingsprikkel én mijn energie-inname.

Spieren groeien namelijk niet van alleen maar hard werken. Ze groeien van voldoende weerstand in combinatie met voldoende bouwstoffen. Dat betekent progressieve krachttraining en een calorisch overschot. Je lichaam moet energie over hebben om nieuw weefsel aan te maken. Zonder dat overschot blijft het bij onderhoud. Door minder cardio te doen en mijn krachttraining gerichter op hypertrofie in te richten, veranderde de prikkel. Door meer te eten veranderde de brandstof. Dat zie je niet van de ene op de andere dag in de spiegel, maar op data-niveau is het onmiskenbaar.

5 kilo vet versus 5 kilo spier

Hier wordt het interessant. Vijf kilo is vijf kilo. Maar vijf kilo vet is niet hetzelfde als vijf kilo spier. Spierweefsel is compacter dan vetweefsel. Dat betekent dat vijf kilo spier minder volume inneemt dan vijf kilo vet. Als je vijf kilo puur vet zou aankomen, zie je dat meestal duidelijk terug in omvang en contouren. Het voelt zachter, minder stevig en verdeelt zich vaak rond buik, heupen en onderrug.

Vijf kilo spier daarentegen maakt je letterlijk voller en steviger. Het zit in je bovenbenen, billen, borst, schouders, rug. Het geeft vorm. Het verhoogt bovendien je rustmetabolisme, omdat spierweefsel meer energie verbruikt dan vetweefsel. De realiteit is vrijwel nooit zwart-wit. Wie bewust aankomt om spiermassa te ontwikkelen, komt bijna altijd een combinatie van spier en een beetje vet aan. Dat is fysiologisch logisch. Je lichaam bouwt efficiënter in een lichte energie-overschot, en dat overschot wordt niet uitsluitend omgezet in spier. De vraag is dus niet: ben ik aangekomen? De vraag is: waaruit bestaat die toename?

Vier centimeter taille. Vet of iets anders?

Mijn tailleomtrek is vier centimeter groter geworden. Dat triggert iets in mijn hoofd. Maar is dat automatisch vet? Niet per definitie. Als je je rugspieren ontwikkelt, vooral je brede rugspier en de spieren rondom je wervelkolom, wordt je romp letterlijk dikker. Ook sterkere schuine buikspieren kunnen invloed hebben op je omtrek. Daarnaast is er nog zoiets als glycogeenopslag. Spieren slaan koolhydraten op in de vorm van glycogeen, en elke gram glycogeen bindt vocht. Wie meer eet en zwaarder traint, slaat meer op. Dat zorgt voor vollere spieren, ook rondom je romp. Betekent dat dat er geen vet bij is gekomen? Waarschijnlijk niet. Maar het betekent wel dat een grotere taille niet automatisch staat voor “vet op je pens”. Het lichaam is complexer dan dat. En hier komt het mentale stuk om de hoek kijken.

Resultaat versus zelfbeeld

Wie veel sport, kent het fenomeen. Je kijkt elke dag in de spiegel. Je vergelijkt. Je zoomt in op wat beter kan. Body dysmorfie is in onze wereld geen uitzondering. Sterker nog; we hebben het zelfs sociaal geaccepteerd. De één vindt zichzelf te dik, de ander nooit breed genoeg en een derde nooit droog genoeg.

Wat mij opvalt in gesprekken in de club, is dat het beeld dat iemand van zichzelf heeft vaak totaal niet overeenkomt met wat ik zie. Iemand die zichzelf “niet gespierd” noemt, heeft in mijn ogen al een meer dan indrukwekkende fysiek. Iemand die zich “te dik” voelt, kan maar zo een passend gewicht hebben bij leeftijd en geslacht. Data helpt hier. Niet als obsessie, maar als objectieve spiegel. Mijn gevoel zegt misschien dat mijn taille te groot wordt. Mijn data zegt dat mijn armen, borst en benen ook groeien. Mijn kracht is toegenomen. Mijn herstel is beter. Mijn energieniveau is stabieler. Dan moet ik eerlijk zijn. Dat is vooruitgang.

Spiermassa opbouwen betekent aankomen

Dit is een belangrijke boodschap voor iedereen die strakker, slanker of gespierder wil worden en bang is voor de weegschaal. Je kunt niet verwachten dat je meer spiermassa ontwikkelt terwijl je gewicht exact hetzelfde blijft. Zeker niet als je van nature slank bent. Spierweefsel heeft massa. Het weegt. Wie structureel sterker wordt en zichtbaar voller oogt, zal vrijwel altijd zwaarder worden. Dat is geen teken van falen, maar van adaptatie.

Tegelijkertijd vraagt het om vertrouwen in het proces. Als je voeding niet op orde is, als je trainingsschema niet klopt, als je geen progressieve overload toepast, dan kan gewichtstoename vooral vettoename zijn. Daarom hameren we bij Trifora altijd op de combinatie van voeding, beweging en gedrag. Niet één van de drie, maar alle drie. In mijn geval betekende dat: minder energie verbranden met eindeloze cardio en meer investeren in gerichte krachttraining. Niet “meer eten wat ik toevallig tegenkom”, maar bewust kiezen voor voldoende eiwitten, de juiste vetten, voldoende koolhydraten rondom training en structureel genoeg calorieën.

Angst is menselijk, maar context is alles

Ik merkte gisteren dat ik, ondanks alle kennis en doelen, toch schrok van die 5,1 kilo. Dat is menselijk. Gewicht heeft emotionele lading. Maar context is alles.

Ben ik minder fit? Nee. Mijn kracht is toegenomen. Mijn trainingsprestaties zijn beter. Mijn energieniveau is stabieler dan vorig jaar. Ben ik minder gezond? Integendeel. Meer spiermassa verlaagt op lange termijn juist het risico op metabole problemen. De enige echte vraag is: past dit bij mijn doel? Op dit moment is het antwoord ja. Ik wilde meer massa. Ik wilde sterker worden. Ik wilde mijn eigen adviezen serieus nemen. Dat heeft resultaat opgeleverd. En ja, dat betekent dat mijn fysiek verandert.

Misschien is dat wel de belangrijkste les. Je lichaam verandert altijd in de richting van de prikkel die je het geeft. Veel cardio en weinig eten levert een ander lichaam op dan gerichte krachttraining met een calorisch overschot. Geen van beide is per definitie goed of fout. Het is afhankelijk van je doel. Maar laat je zelfbeeld niet de enige meetlat zijn. Gebruik data. Gebruik omtrekken. Gebruik krachtprogressie. Gebruik begeleiding. En vooral: zie gewichtstoename niet automatisch als iets negatiefs. Soms is vijf kilo erbij precies wat je nodig had om vooruit te komen.

Succes!